Essaybundel
Voorbij de volgende bocht
Half maart 2026 verschijnt bij uitgeverij Magonia (https://magonia.nl/) de essaybundel Voorbij de volgende bocht, met beschouwingen, notities, fragmenten en verhalen: over geluk, landschap, brein en het (boven-)aardse.
Koester je aarzelingen, de wrijvingen, het schuren! Daar schuilt immers het vermogen tot verwondering, nodig om steeds nieuwe vragen te kunnen stellen. Over waar de liefde voor strakke gazons vandaan komt en de dwang om ieder grassprietje in toom te houden. Over wat het betekent om ergens te zijn, waar de behoefte aan spiritualiteit vandaan komt, of hoe tijd zich verhoudt tot identiteit (en hoe we dat kunnen weten). Op zoek naar mogelijke antwoorden gaat Anne Lever te rade bij uiteenlopende denkers en dichters. Het resultaat is een heerlijk boek, dat uitnodigt tot mijmeren en dwalen.
Essay (verschijnt niet in Voorbij de volgende bocht)
Levenskracht, waar komt het vandaan?
I. De laatste jaren – eigenlijk weet ik niet precies hoelang al – is er, naast mijn verwondering over de enorme behoefte van veel mensen aan een (semi-)religieus stelsel dat zin aan hun leven moet geven, nog een ander groot vraagteken ontstaan. Er zijn oneindig veel ideeën over de wonderen der natuur, en als ze niet cirkelen om iets als een Schepper, dan gaan ze over ecologische samenhangen, de evolutietheorie of andere meer of minder wetenschappelijke benaderingen. Welke denker heeft zich niét bezig gehouden met de zin van het bestaan in samenhang met de wonderlijke wereld?
Dit is nog niet zo duidelijk verwoord. Wat ik met dat andere vraagteken bedoel, is dat er bij mij na al het afstrepen van iets als een schepper of een ‘intelligent design’ een grote vraag overblijft: waar komt die krankzinnige oerkracht vandaan waarmee de hele natuur wil voortgaan, voortplanten, overleven? Vaak houden de soms fantastische verhandelingen over de natuur, de voortplanting, et cetera op bij het idee dat de merel alles zal doen om de eigen genen door te geven aan een volgende generatie. Ja, maar waarom is dat zo? Waarom is er de bizarre levenskracht die maakt dat mensen zich niet vanwege erbarmelijke omstandigheden massaal van de rotsen storten maar vechten voor hun voortbestaan?
Het enige piepkleine beginnetje van een antwoord dat ik heb kunnen verzinnen (en niet meteen weer heb verworpen), is dat al het leven van nu er alleen is omdat het afstamt van eerdere generaties die voortplantingsbehoeftig waren. Anders waren we er niet geweest. En dus verder terug redenerend: er waren ooit cellen die zich deelden - waarschijnlijk per ongeluk? - en die eigenschap werd in de loop van de evolutie sterker en sterker, want ‘individuen’ die niet zo voortplantings-geneigd waren gingen dood zonder opvolging. Op die manier kijkend naar de mens: in iedere generatie zijn er waarschijnlijk mensen geweest die het leven zinloos vonden en zich wèl van de rotsen stortten (of kinderloos bleven)… En de voortplantingsbehoeftigen zorgden voor een volgende generatie. Natuurlijke selectie dus als de bron van de basale drang waarmee de hele aarde vervuld is?
In mijzelf voel ik bij dit waarschijnlijk aan alle kanten rammelende idee toch iets van teleurstelling, of eigenlijk wel een flinke teleurstelling: is dit de simpele, rationele verklaring van een ontzagwekkende kracht? De religie hierin mis ik niet, maar de filosofie mis ik wel.
Binnenkort ga ik eens op onderzoek uit. Hier moeten immers velen over hebben nagedacht?
II. De thema’s van het boek Metazoa schurken soms aan tegen mijn lekenvragen over de immense levenskracht van de organismen op aarde. Het fascinerende boek onderzoekt het ontstaan van denken en ervaren, de evolutie van bewustzijn in het dierenrijk. Auteur Godfrey-Smith begint bijna helemaal aan het begin en duikt dus eerst in de wereld van eencelligen. Hieronder enkele fragmenten die gaan over dat prille begin (par. 2, blz 33-37):
Cellen hebben grenzen, een binnen en een buiten. De grens is een membraam, dat de cel gedeeltelijk afsluit, maar waar wel poriën in zitten. Er vindt over die grens voortdurend verkeer plaats, en in de cel heerst een enorme activiteit. Een cel bestaat uit materie, een verzameling moleculen…. In een cel voltrekken gebeurtenissen zich op nanoschaal: voorwerpen worden in miljoensten van millimeters gemeten en het medium waarin dingen gebeuren is water. In deze omgeving gedraagt materie zich anders dan bij de doorsnee voorwerpen op het droge. De activiteit komt op deze schaal spontaan op, zonder dat de materie ertoe hoeft te worden aangezet. Biofysicus Peter Hoffmann noemde de activiteit in een cel een moleculaire storm, een nooit aflatende drukte van botsingen, aantrekkingen en afwijzingen.
Als we ons de cel voorstellen als een verfijnd apparaat, met onderdelen die een taak moeten uitvoeren, dan worden ze voortdurend door watermoleculen gebombardeerd. (Ik denk dat hier sprake is van een vergissing van de vertaler, want ook zonder ons voorstellingsvermogen worden ze gebombardeerd, lijkt me. Of is hij een aanhanger van ‘als wij ons het niet voorstellen is er niets’?, AL) Er botst elke tien triljoenste seconde een snel bewegende watermolecuul tegen een voorwerp in een cel op. […]
Water is belangrijk als medium om de storm te laten voortduren…
Als het leven zich op het droge uit ingrediënten ter grootte van tafels en stoelen had moeten evolueren, was het nooit gelukt. Maar dat hoefde het leven niet, het evolueerde in het water […] door het realiseren van orde in een moleculaire storm.
De oorsprong van het leven deed zich al vrij vroeg in het bestaan van de aarde voor, want de planeet is ongeveer 4,5 miljard jaar oud en het eerste leven dateert van 3,8 miljard jaar geleden. Dit eerste leven was wellicht niet celvormig, maar er moet zich op een of andere manier een speciale reeks van chemische processen hebben kunnen voordoen die daarna niet is vervlogen. Op een gegeven ogenblik waren er daarna cellen, aanvankelijk waarschijnlijk zwak en lekkend, maar die leidden in een zeker stadium tot iets bacterieachtigs, een soort cellen met een consistent systeem en voortplantingsvermogen.
Terwijl cellen leerden zichzelf als soort in stand te houden – door transformatie en organisatie, door orde in de chaos te scheppen – werd beheersing van de lading een centraal thema.
[Volgt een uiteenzetting over elektriciteit, A.L.]
Lading op zichzelf is niet levend of geestelijk. Het brengt wel veel voort van wat er in zowel de levende als de niet-levende wereld gebeurt. Levende activiteit bestaat echter op basis van lading, en dan met name door het vangen, pompen, bijeendrijven en vrijlaten van ionen.
Het beeld van een cel in het water bleef bij mij haken. Water dat de cel duwt en deels doorstroomt: gevoegd bij het verhaal over lading is er sprake van heel veel beweging in en om een cel en ik kan me daarom wel voorstellen dat er dan ‘vanzelf’ iets van verdere ontwikkeling ontstaat.
Mysterieus is zo’n zinnetje als ‘terwijl cellen leerden zichzelf als soort in stand te houden’... Want nu blijf ik toch weer met mijn vraag zitten. Waarom deden ze dat? En natuurlijk ook de verwante vraag: hoe kan een cel leren? Is natuurlijke selectie geen beter begrip dan leren? Ik weet het niet.
Met het boek van Godfrey-Smith in het achterhoofd: die oerkracht, dat voortdurend voortgaan en voort moeten, gaat misschien vooral over water? De constante beweging, de toe- en afnemende druk (zo je wilt onrust), is dat bepalend? Ik wil wel even verder gaan op die weg en denk dan al snel ook aan de zwaartekracht en de luchtverplaatsing.
De levensdrift, het eeuwige voortplanten en de voortdurende ontwikkeling zou dan een combinatie zijn van water, zwaartekracht, wind en ook de lading (die in het boek metazoa wordt genoemd). Bij elkaar zoveel beweging en verandering dat je je kunt voorstellen dat er van alles moet ontstaan en dat het voortgaat.
Toe nu toe geen spirituele invalshoek te bekennen. Maar de esoterie ligt wel op de loer, realiseer ik me: heb ik het hiermee niet over de aloude vier elementen water, vuur, aarde en lucht, waar nog steeds in bepaalde kringen mee gesjanst wordt? Aarde ‘vertaal’ ik dan in zwaartekracht, lucht in wind, vuur in lading en water in… water.
Hm, ja, maar die associatie met esoterie is er dan toch alleen maar omdat men er (via de astrologie) met het denken van Griekse filosofen vandoor is gegaan? Ik zoek het op:
De filosoof Thales (± 600 voor Christus) meende dat water de oerstof was: alles is water. Anderen bouwden op dit idee voort, en Empedocles (490 voor Christus) werkte de formule uit tot ‘Alles is aarde, water, vuur en lucht’. Hij noemde het ‘de wortels van de wereld’.
En zo ben ik in mijn zoektocht naar de oerkracht terecht gekomen bij de oude Grieken. En natuurlijk niet bij hen alleen: ook in bijvoorbeeld China, Japan en bij de Vedische leer kom je soortgelijke indelingen tegen. O ja, en kijk naar winti, waarin centraal staat het geloof in de opperschepper Keduampon, de voorouders en de wind (winti) van de aarde, de lucht, het water en het bos. Winti in één zin samenvatten is natuurlijk een gotspe, dus laat ik me dan toch maar beperken tot de Griekse ideeën. Waarbinnen ik me dan ook weer beperk tot een paar zinnen. Ik beperk me, ik beperk me en ik beperk me (en zo is mijn begrip ook vanzelf beperkt).
Het panta rhei (alles stroomt - Heraclitus / Plato) kom je in allerlei varianten bij Griekse filosofen tegen. De variant die me in dit betoogje het beste past is ‘alles beweegt en alles stroomt’.
Wat betreft de oerkracht die in al het leven zit, ben ik ‘tevreden’ met het idee dat de ontstellende hoeveelheid beweging op onze planeet die processen heeft gestart en in stand houdt. Of ik de levensdrift hiermee voldoende snap betwijfel ik.
Mijn hypothese over de ontwikkelingskracht van leven is natuurlijk heel simpel (iets ingewikkelds zou ik wellicht ook helemaal niet aan kunnen) en een poging in de buurt van de logica te blijven. Maar uiteindelijk hangt het toch wel weer van aannames aan elkaar, en het dwingende moeten van het leven heb ik er nog niet echt goed in geïntegreerd. Zoiets zint me niet, al weet ik ook wel dat over zoiets groots alleen hypothesen kunnen bestaan. Misschien moet ik het wel in de kosmos zoeken, in de oerknal. Nou, dan is het voor mij voor nu wel even einde oefening.
***